Na Zandvoort wil ook de gemeente Bloemendaal een graantje meepikken uit de trog van de Nederlandse Grand Prix.

De Nederlandse Grand Prix is een belachelijk succes. Het is eigenlijk niet te geloven dat het ondanks alle tegenwerking van de zure clubs die je verwacht zoiets tegen te werken in Nederland nog kan. Maar we moeten ook realistisch zijn, dat kan natuurlijk ook alleen omdat Max Verstappen heel groot is. Overal brengt hij dus ook veel centjes in lades. Dat helpt dan toch om een beslissing ja of nee wat positiever te laten uitvallen. Jos Verstappen was ook altijd populair in Nederland (bijna altijd). Toch was dat niet voldoende om toen al een terugkeer naar Zandvoort te bewerkstelligen.

‘Probleem’ van dingen die op een gegeven moment succes hebben en geld opbrengen, is dat iedereen op een gegeven moment een stukje van de taart wil hebben. Zo schreven onlangs al over de beslommeringen van de Nederlandse Grand Prix met de gemeente Zandvoort en hun ‘funtaks’. Nu blijkt echter dat ook het naburige en niet onbemiddelde Bloemendaal ook geld wil zien.

Haarlem105 bericht dat Bloemendaal een ton per jaar wil zien, als ‘compensatie’ voor de race. De gemeenteraad is akkoord gegaan met dit initiatief van de partij Zelfstandig Bloemendaal. Net als Zandvoort, meent Bloemendaal kosten te moeten maken door alle nevenaspecten van de race. Er wordt in de berichtgeving niet direct inzichtelijk gemaakt hoeveel kosten en misschien ook baten dit betreft. Maar desalniettemin wil Bloemendaal dus het mooie ronde bedrag van 100.000 Euro per jaar zien.

Hoe dit geld moet binnenkomen, valt nog te besluiten. Gedacht wordt aan aanhaken bij de ‘funtaks’ in Zandvoort, of extra geld vragen voor parkeerplekken tijdens het raceweekend. Er is al wel een bestemming gevonden voor het nieuwe geld. Dat moet namelijk gaan naar het herstellen en verbeteren van het hekwerk langs de Zeeweg. Wil jij ook geld zien van de Dutch GP? Laat het weten, in de comments!

Dit artikel Bloemendaal wil ook graaien in de trog van de Nederlandse Grand Prix verscheen eerst op Autoblog.nl.